Einddoelen

De einddoelen Medische Basiskennis per vak

Functionele anatomie en fysiologie

De student kan:

  • met behulp van anatomie in vivo de ligging van organen, structuren op het eigen lichaam en op het lichaam van een ander vaststellen
  • een overzicht geven van de normale bouw en het func­tione­ren van de mens (cellen, basisweefsels, organen en or­gaansystemen) en kan deze in grote lijnen beschrijven, voor zover dit relevant is voor het analy­seren en begrij­pen van klinische en bio­medische problematiek
  • de belangrijkste anatomische systemen op macro- en micro­niveau globaal beschrijven naar vorm, ligging, bouw en functie en de morfologische en functionele samenhangen tussen de belangrijkste anatomische systemen schematisch weergeven
  • beschrijven op welke wijze biochemische, fysische en fysiologische processen een rol spelen bij de energiebe­hoefte en het functioneren van het levend orga­nisme
  • de fysiologische processen, noodzakelijk voor het begrip van de pathofysiologische inzichten van de reguliere geneeskunde, beschrijven
  • beredeneerd onderscheid maken tussen normaal en abnormaal functioneren van een orgaan(systeem)
  • de belangrijkste anatomische structuren in medi­sche terminologie beschrijven, om:
    • medische literatuur te kunnen lezen en be­grij­pen
    • medische informatie van reguliere (huis)art­sen, specia­listen, röntgenverslagen en laboratoriumuitslagen e.d. lezen en interpre­teren
    • patiënten, collegae, en regulier (para)medi­ci in­zicht geven in en verslag uitbrengen over de medische situatie van de patiënt.

Pathologie

De student kan:

  • de belangrijkste ziekteprocessen benoemen en in hoofdlij­nen beschrijven, de wijze waarop het organisme reageert bij desin­tegratie (bv. celschade, wondgenezing, ontstek­ing, immunopatholo­gie, circulatiestoornissen en nieuwvor­mingen) herkennen en de factoren die op het verloop van deze reacties van invloed zijn be­schr­ijven
  • de belangrijkste klachten, symptomen en verschijn­selen die kunnen wijzen op storingen op het gebied van de tracti herkennen, en de onderliggende pa­tho­fysiologische mechanismen beschrijven
  • verschillende reguliere methoden van diagnostiek en (farmaco-)therapeutische behandeling van boven­ge­noemde aandoeningen beschrijven
  • symptomen en verschijnselen die kunnen wijzen op medisch-risicodragende situaties herkennen:
    • typisch/niet typisch voor het betreffende ziek­te­beeld
    • acuut/niet acuut herkennen
    • directe behandeling behoevend/geen directe behande­ling behoevend
    • ‘niet-pluis’, noodzakelijk om door te sturen naar de reguliere gezondheidszorg
    • "pluis", zelf te behandelen, niet noodzakelijk om door te sturen
  • pathologie bespreken met patiënten, (para)medici, colle­ga-therapeuten en andere disciplines.

Psychopathologie

De student kan:

  • verschillende psychiatrische aandoeningen in de bijbeho­rende terminologie beschrijven
  • verschillende psychiatrische aandoeningen bij de patiënt herkennen.

Heb je nog vragen?

Heb je nog vragen? Dan kun je contact opnemen met de HVNA.
Het secretariaat is telefonisch bereikbaar op 026-3695630.
Je kunt uiteraard ook een e-mail sturen, ons adres is info@hvna-opleidingen.nl.